De discussie over werkplekken wordt steeds minder technisch en steeds strategischer. Waar het vroeger vooral ging over specificaties en standaarden, draait het in 2026 vooral om de vraag: wat heeft deze medewerker nodig om zijn werk goed te doen?
Voor IT‑managers betekent dat opnieuw kijken naar de rol van vaste werkplekken en mobile‑first werken.
In dit artikel verkennen we wanneer een vaste werkplek logisch blijft en wanneer een mobile‑first strategie juist beter aansluit bij de dagelijkse praktijk.
Wat verstaan we eigenlijk onder een moderne werkplek?
In deze context laten we ergonomische elementen even buiten beschouwing. Een moderne werkplek gaat allang niet meer over een vast bureau met een pc. In de basis draait het om flexibiliteit. Als een medewerker met één kabel zijn device kan aansluiten, direct kan opladen, beeld krijgt op een groter scherm en toegang heeft tot toetsenbord en muis, dan is er sprake van een technisch goed gefaciliteerde werkplek.
Vaak zien we dit terug in de vorm van een dockingmonitor. Die lost niet alles op, maar legt wél een belangrijk fundament: medewerkers zijn minder afhankelijk van één specifieke plek of één type apparaat. Dat maakt de discussie over mobile‑first überhaupt pas mogelijk.
Voor wie is mobile‑first in 2026 relevant?
Mobile‑first is geen universele oplossing. Het werkt vooral goed in organisaties waar medewerkers het grootste deel van hun werk niet op kantoor uitvoeren. Denk aan buitendienstmedewerkers, zorgprofessionals, consultants of monteurs. Mensen die veel onderweg zijn en bij klanten of cliënten werken, hebben simpelweg weinig aan een vaste werkplek.
Voor deze doelgroep verschuift werk van ‘achter een bureau’ naar ‘tussen afspraken door’. Dat vraagt om andere middelen dan een laptop die steeds uit de tas moet, opgeklapt moet worden en weer leeg raakt.
Werken zonder vaste werkplek in de praktijk
Wie veel onderweg is, heeft vooral behoefte aan snelheid en gemak. Informatie moet direct toegankelijk zijn en input moet eenvoudig vastgelegd kunnen worden. Dat lukt vaak prima met een smartphone of tablet, zeker nu de software op deze apparaten steeds slimmer wordt.
AI speelt hierin een grote rol. Gesprekken kunnen worden opgenomen, automatisch getranscribeerd en samengevat. Actiepunten en rapportages ontstaan al tijdens of direct na een afspraak. Werk dat voorheen bleef liggen tot “later op kantoor”, wordt nu onderweg afgehandeld.
De manier waarop deze blog tot stand is gekomen, is daar een goed voorbeeld van: ingesproken, getranscribeerd en uitgewerkt. Dat laat zien hoe mobiel werken en moderne tooling elkaar versterken.
De tablet als schakel tussen mobiel en productief
In veel mobile‑first scenario’s zie je dat de tablet een belangrijke rol speelt. Hij biedt meer overzicht dan een smartphone, maar blijft licht, snel en energiezuinig. Voor korte verwerkingen, registraties of het nalezen van informatie is dat vaak voldoende.
Het interessante is wat er gebeurt zodra iemand toch uitgebreider aan de slag moet. Bijvoorbeeld aan het eind van de dag, wanneer rapportages of administratie nog moeten worden afgerond. Wat is daarvoor nodig?
Eén device, twee werkplekken
Met moderne docking monitors kan hetzelfde mobiele device eenvoudig worden aangesloten op een volledig ingerichte werkplek. Eén USB‑C‑kabel is voldoende om beeld, stroom en randapparatuur te regelen. Op dat moment verandert een tablet of smartphone in een volwaardige werkplekervaring.
Functies zoals desktop‑modi laten zien dat mobile‑first niet betekent dat je inlevert op productiviteit. Het betekent vooral dat je pas opschaalt naar een volledige werkplek wanneer dat nodig is.
Lees ook onze blog: Wat is Samsung DeX en wanneer is het handig in je organisatie?
Waarom niet standaard kiezen voor een laptop?
Een logische vraag! Laptops zijn flexibel, maar brengen ook nadelen met zich mee. Ze zijn zwaarder, vragen meer energie en worden vaak gebruikt in situaties waar dat eigenlijk niet nodig is.
Voor medewerkers die het grootste deel van de dag onderweg zijn, is een laptop vaak meer ballast dan hulpmiddel. Een mobiel device start sneller, gaat langer mee op een acculading en past beter in gesprekken en veldwerk.
Wanneer is mobile‑first juist géén goed idee?
Het is belangrijk om daar eerlijk over te zijn. Medewerkers die hele dagen achter meerdere schermen werken, intensief content produceren of complexe analyses uitvoeren, hebben meer baat bij een vaste werkplek of een laptop‑first aanpak. In die context weegt het voordeel van mobiliteit niet op tegen het comfort en de efficiëntie van een traditionele setup.
Wat betekent dit voor IT‑managers in 2026?
De kernvraag is niet langer welke werkplek ‘het beste’ is. De echte vraag is: welke werkplek past bij welk type werk?
In 2026 is het volstrekt logisch dat organisaties meerdere werkplekstrategieën naast elkaar hanteren. De rol, werkomgeving en werkmomenten van medewerkers zijn bepalend, niet het device alleen.
Een doordachte werkplekinrichting vraagt dus minder standaardisatie en meer inzicht in hoe er daadwerkelijk wordt gewerkt. Dat is geen technische uitdaging, maar een organisatorische. En dat is precies waar de toegevoegde waarde van IT zit.
Heb je naar aanleiding van dit artikel vragen? Ben je benieuwd wat voor jouw organisatie een ideale situatie is? Neem contact met ons op
Wij denken graag met je mee!
Deel dit artikel via